Stadstuinen

Gemeenschappelijke buitenruimtes heb je dan wel in de stad, een eigen groene ruimte in de stad is heel wat minder voor de hand liggend dan op het platteland.

Met een kleine buitenruimte kan je echter heel wat doen. Een eigen buitenruimte in de stad biedt immers meer kansen dan je denkt. Zo is het klimaat in de stad steeds enkele graden warmer dan daarbuiten.

Je kan dus mediterrane planten in je tuin zetten, een stadstuin vormt namelijk een relatief warm microklimaat. Hou er dan wel rekening mee dat je deze planten in pot plaatst en in winter naar binnen kan verhuizen.

Met de juiste plantenkeuze, de juiste materialenkeuze en een goed tuinontwerp kan je al een heel gezellige tuin bekomen. Vraag je tuinarchitect ook gerust hulp om een berekening voor een daktuin te maken.

DP

Door achteraan in de tuin donker gekleurde planten te plaatsen, lijkt je tuin groter te worden. Een draadafsluiting of muur begroeid met klimop is hiervan een goed voorbeeld. Hout of langwerpige elementen leg je best ook in de lengte en niet dwars, om je tuin dieper te laten lijken.

Wil je je tuin liever breder doen lijken, dan kan je die langwerpige elementen dus beter dwars leggen, en achteraan in je tuin planten gebruiken met een lichtkleurig blad of bloem.

Gebruik klimplanten of leifruit om die kale muur te vergroenen, en ga op zoek naar het juiste evenwicht tussen groen en verharding. Hang een grote spiegel aan de wand om je tuin groter te doen lijken.

Een solitaire struik of klein boompje zorgen dan weer voor verticale elementen.
Ideale struiken zijn bijvoorbeeld de Acer palmatum, Acer japonica of Amelanchier lamarckii. Als boompje zijn – mits juiste snoei- de Parrotia persica, Salix alba ‘Liempde’ of de Platanus x hispanica in dakvorm ideaal.

IMG_0401